Huisvesting
Een koningspython stelt geen hoge eisen, maar de basis moet kloppen: de juiste maat, een temperatuurverloop van warm naar koel en voldoende schuilplekken. Op deze pagina staat exact wat wij als kweker zelf gebruiken.
Voor een volwassen koningspython is 120 bij 60 bij 60 centimeter de standaard. De vuistregel: lengte plus diepte van het terrarium is minimaal de lengte van de slang. Jonge dieren huisvest je tijdelijk kleiner; een te groot en leeg verblijf maakt een jong dier juist gestrest.
31 - 33 °C
Warmtemat of keramische lamp, altijd met thermostaat
26 - 28 °C
Zo kiest de slang zelf zijn temperatuur
Niet onder 24 °C
Nachtverlaging is prima, maar bewaakt
Gebruik altijd een thermostaat. Een warmtebron zonder regeling is de nummer een beginnersfout en kan brandwonden veroorzaken.
Houd 50 tot 60 procent aan, tijdens de vervelling 60 tot 70 procent. Een grote waterbak aan de warme kant en een vochtige schuilplaats met mos lossen dit vrijwel altijd op. Meet met een hygrometer aan beide zijden.
Twee schuilplekken, een aan de warme en een aan de koele kant. Krap zit veiliger dan ruim
Een grote, stabiele waterbak die niet omkiept
Substraat: houtsnippers of cocopeat, geurloos en vochtvasthoudend
Een klimtak en planten; kunstplanten werken prima
Thermometer en hygrometer op beide zijden
Neem je een koningspython van ons over, dan krijg je een complete checklist mee: welk terrarium, welke warmtebron en welke inrichting. Zo klopt alles vanaf dag een.
Hulp nodig?
Minimaal 120 bij 60 bij 60 centimeter voor een volwassen dier. Jonge dieren tijdelijk kleiner: 60 bij 45 bij 45 centimeter.
Nee. Koningspythons zijn solitaire dieren; samen huisvesten geeft stress en voedselweigering.
Niet verplicht, wel aantoonbaar gunstig. Een lage UVB-waarde van 2 tot 7 procent is een goede toevoeging.
Warme zijde 31 tot 33 graden, koele zijde 26 tot 28 graden, en 's nachts niet onder de 24 graden.
Kleiner verblijf, extra krappe schuilplekken en dezelfde temperaturen als bij een volwassen dier. Veiligheid boven ruimte.