Een slang vervelt zijn hele leven, meestal in één stuk. Hier lees je waarom slangen vervellen, hoe vaak, welke signalen je vooraf ziet, wat je doet als de vervelling vastzit en wanneer je naar de dierenarts gaat.
Bijgewerkt op door Marc, kweker bij Jazz Reptiles
Naar de verzorgingsgidsDe huid van een slang groeit niet mee. Als het lijf groter wordt, maakt de slang onder de oude huid een nieuwe laag aan en stroopt hij de oude af. Ook volwassen slangen vervellen regelmatig, omdat de huid slijt en zo vernieuwd wordt. Zelfs de doorzichtige schub over het oog, de brilschub, komt mee.
Een gezonde vervelling komt in één stuk los, van de neus tot de staartpunt, binnenstebuiten gekeerd als een sok. Zo'n complete huid is een van de beste signalen dat de verzorging klopt.
| Leeftijd | Frequentie | Opmerking |
|---|---|---|
| Net uit het ei | Na 7 tot 14 dagen | Daarna volgt vaak de eerste voerbeurt |
| Jong dier | Elke 3 tot 6 weken | Snelle groei, dus vaker |
| Volwassen dier | Elke 6 tot 10 weken | Minder groei, dus minder vaak |
De tekening oogt matter en grijzer. De nieuwe huid wordt aangemaakt.
In de hobby heet dat ‘in blauw’. Dit duurt ongeveer vier tot zeven dagen. De slang ziet dan slecht en is schrikachtiger.
Het lijkt voorbij, maar de vervelling komt nu pas. Binnen twee tot vier dagen stroopt de slang zijn huid af.
De slang wrijft zijn snuit tegen een steen of tak en kruipt uit zijn oude huid, meestal 's nachts.
Kijk of de huid compleet is, met beide oogkapjes en de staartpunt. Dan is alles goed gegaan.
Voor een koningspython 60 tot 70 procent tijdens de vervelling. Een extra vochtige schuilplaats met vochtig mos helpt.
Niet hanteren zolang de ogen blauw zijn. Hij ziet slecht en schrikt sneller, en dat is de meest voorkomende reden van een beet.
Veel slangen eten niet tijdens de vervelling. Bied na de vervelling weer een prooi aan. Zie wat eten slangen.
Komt de huid in stukken los of blijven er resten zitten, dan spreken we van een vastzittende vervelling. De oorzaak is bijna altijd een te lage luchtvochtigheid. Andere oorzaken zijn uitdroging, een te koud terrarium, ondervoeding, mijten of een wondje in de huid.
Let vooral op de oogkapjes en de staartpunt. Een achtergebleven oogkapje kan het oog beschadigen, en achtergebleven ringetjes rond de staartpunt kunnen de doorbloeding afknellen.
Zet de slang 15 tot 30 minuten in een bak met lauw water van ongeveer 26 tot 28 °C, net tot halverwege het lijf. Blijf erbij.
Wikkel de slang in een vochtige, lauwe handdoek of laat hem erdoorheen kruipen. De losgeweekte huid blijft aan de stof hangen.
Na het weken komen resten vaak vanzelf los als de slang langzaam door je handen kruipt.
Trek nooit zelf een oogkapje los met een pincet of vingernagel. Laat een reptielendierenarts dat doen als het na een paar dagen vochtig houden blijft zitten.
Meet de luchtvochtigheid en de temperatuur en stel ze bij, zodat de volgende vervelling wel in één keer lukt.
Jonge slangen elke 3 tot 6 weken, volwassen slangen elke 6 tot 10 weken.
Van doffe kleur en blauwe ogen tot de vervelling zelf duurt het meestal een tot twee weken.
Dat is normaal gedrag. De slang ziet slecht en richt zich op de vervelling. Bied daarna weer een prooi aan.
Bij een normale vervelling is dat niet nodig. Bij resten help je met een lauw bad of een vochtige doek, en oogkapjes laat je aan de dierenarts over.
Meestal een te lage luchtvochtigheid. Controleer de hygrometer en voeg een vochtige schuilplaats toe.