Een kleine slang past in een kleiner terrarium, eet kleinere prooien en is voor veel mensen een prettige start. Hier zie je welke slangen klein blijven, hoe groot ze precies worden, wat ze nodig hebben en welke de kleinste slang ter wereld en van Nederland is.
Bijgewerkt op door Marc, kweker bij Jazz Reptiles
Welke slang past bij jou?
In de terrariumhobby noemen we een slang klein als hij volwassen onder de anderhalve meter blijft en in een terrarium van 60 tot 120 centimeter breed past. Dat is een groot verschil met een tijgerpython of een boa constrictor, die meters lang worden en een kamer vol terrarium vragen.
Kijk bij ‘klein’ ook naar de bouw. Een koningspython en een korenslang zijn allebei rond de 1,2 meter, maar de koningspython is veel dikker en zwaarder. Een slanke slang voelt in de hand kleiner dan zijn lengte doet vermoeden.
| Soort | Volwassen lengte | Karakter | Beginner |
|---|---|---|---|
| Keniaanse zandboa | Mannetjes 30 tot 40 cm, vrouwtjes 60 tot 90 cm | Rustig, graaft zich in | Ja |
| Mierenhooppython | 45 tot 60 cm, de kleinste python | Rustig, wat schuw | Ja |
| Westelijke hognose | Mannetjes 40 tot 60 cm, vrouwtjes 60 tot 90 cm | Toneelspeler, speelt dood | Ja |
| Kousebandslang | 50 tot 90 cm | Actief, overdag wakker | Ja |
| Rozenboa | 60 tot 110 cm | Kalm en traag | Ja |
| Kinderpython | 75 tot 100 cm | Nieuwsgierig | Ja |
| Koningspython | 90 tot 150 cm, stevig gebouwd | Zeer rustig | Ja |
| Korenslang | 120 tot 150 cm, slank | Rustig en nieuwsgierig | Ja |
Een kleine, dikke boa uit Oost-Afrika die het grootste deel van de dag onder het zand ligt. Mannetjes blijven piepklein. Hij vraagt een droog terrarium met een dikke laag zand of een zand-aardemengsel.
Uit West-Australië en de kleinste pythonsoort ter wereld. Hij eet kleine muizen en past zijn leven lang in een terrarium van 60 centimeter.
Herkenbaar aan zijn opgewipte snuit. Bij gevaar blaast hij zich op en speelt hij dood. Hij heeft een mild speeksel dat bij een beet lokaal kan irriteren; hanteer hem met die kennis.
Een slanke, actieve slang die overdag op pad is. Hij eet vis en wormen in plaats van muizen, wat hem anders maakt dan de meeste huisdierslangen.
Twee rustige soorten rond de meter, met een vriendelijk karakter en een eenvoudige verzorging. Minder bekend, daardoor ook minder vaak te koop.
Iets groter, maar de twee meest gekozen eerste slangen. Ze zijn het makkelijkst verkrijgbaar en er is de meeste kennis over. Lees alles over de koningspython en de korenslang.
De kleinste bekende slang is de Barbados-draadslang (Tetracheilostoma carlae). Volwassen dieren zijn ongeveer tien centimeter lang en zo dun als een spaghettisliert. Hij leeft verborgen in de bodem van de bossen op Barbados, eet vooral larven van mieren en termieten en is in 2008 wetenschappelijk beschreven. Als huisdier wordt hij niet gehouden.
De kleinste slang van Nederland is de gladde slang, die meestal 50 tot 60 centimeter wordt. Hij is zeldzaam, ongiftig en beschermd. Meer over de drie wilde soorten lees je op slangen in Nederland.
Een kleine slang vraagt minder ruimte en kleinere prooien, maar dezelfde zorg: een terrarium met een warme en een koele kant, een thermostaat, schuilplaatsen, schoon water en een vast voerritme. Het formaat bepaalt vooral hoeveel ruimte je kwijt bent, de verzorging blijft even precies.
Kies daarom eerst op karakter en verkrijgbaarheid, en dan pas op maat. Voor de meeste mensen komt de keuze uit op een koningspython of een korenslang: beide blijven hanteerbaar, zijn rustig en worden in Nederland volop gekweekt, waardoor je makkelijk een gezond, etend dier vindt. Twijfel je nog, lees dan slang kopen: zo doe je het goed.
Als vuistregel is het terrarium minstens zo breed als de slang lang is. Een zandboa of mierenhooppython heeft genoeg aan 60 centimeter, een koningspython of korenslang heeft volwassen 120 centimeter nodig. Jonge dieren voelen zich in een kleinere bak juist veiliger. Hoe je een terrarium inricht voor een koningspython lees je op koningspython terrarium.
De mierenhooppython (45 tot 60 cm) en een mannelijke Keniaanse zandboa (30 tot 40 cm) blijven het kleinst.
De Barbados-draadslang, ongeveer tien centimeter lang.
De gladde slang, meestal 50 tot 60 centimeter.
Voor een python wel: 90 tot 150 centimeter. Hij is wel stevig gebouwd. Zie hoe groot wordt een koningspython.
De koningspython en de korenslang, omdat ze rustig zijn, goed verkrijgbaar en er veel kennis over is. De Keniaanse zandboa is een goed alternatief als je het kleinst wilt.